Zwartrijden

Zwartrijden

 

Louise zette haar voet op de treeplank en stapte vrolijk de trein in. Het was toch altijd weer een uitdaging om zonder kaartje te reizen! Ze liep door het gangpad en keek in iedere coupé. De laatste leek haar wel wat. Er zat een onopvallende dertiger in een beige regenjas, maar de twee mannen die tegenover hem zaten, waren des te opvallender. Ze droegen een paars colbertje, hadden allebei een donkere, warrige haardos en exact dezelfde brede glimlach, met veel rimpeltjes rond hun bruine hondenogen. Louise vond ze meteen leuk.
Ze ging naast de man in de regenjas bij het raam zitten. ‘Jullie zijn vast een eeneiige tweeling’, zei ze grinnikend tegen de twee mannen.
‘Mis!’ antwoordde de man recht tegenover haar, ‘we zijn een drieling!’
Louise schoot in de lach. De man wees naar zijn evenbeeld. ‘Dit is mijn broer Hannes en ik ben Ludo. We hebben nog een broer die Lodewijk heet, hij staat dit weekend op de beurs in Utrecht en Hannes en ik geven daar een presentatie, we zijn namelijk vertegenwoordigers.’
‘Oh ja, wat verkopen jullie dan?’
Hannes haalde een klein doosje uit zijn zak en gaf het aan Louise. Ze vond dat het wel iets weg had van een pillen- of contactlenzendoosje. Ze klikte het open en een gigantische, harige spin schoot recht in haar gezicht. ‘Gétver, wat een griezel!’ gilde ze.
Ludo pakte de spin voorzichtig van haar schoot. ‘Airbagmethode,’ verklaarde hij rustig, ‘Arnold vult zich razendsnel met lucht, hij heeft altijd veel succes.’ Ludo trok een ventieltje los en de spin schrompelde volledig in elkaar. Louise, alweer van de schrik bekomen, gierde het uit. ‘Verkopen jullie nog meer van die idioterie?’
Ludo somde een aantal artikelen op en zei vervolgens: ‘Tijdens deze beurs presenteren we voornamelijk bloedcapsules.’ Louise trok een vies gezicht. ‘Jakkes, waar zijn die dan goed voor?’ Er verschenen weer lachrimpeltjes rond Ludo’s hondenogen. ‘Ze zijn erg geliefd, vooral bij amateurtoneel. Er moet soms bloed vloeien en de tijd van ketchup is definitief voorbij.’
Hannes haalde een zakje tevoorschijn en gaf het aan Louise.
‘Deze zijn voor de neus’, legde Ludo uit. ‘Een klein kneepje en het ziet er uit als een echte bloedneus.’
Louise keek peinzend naar het zakje. Toen verscheen er een brede glimlach op haar gezicht. ‘Mag ik die capsules straks gebruiken als de conducteur komt? Ik heb namelijk geen kaartje en die dingen zouden prachtig als afleidingsmanoeuvre kunnen dienen. Ik heb al heel wat raars uitgehaald om zonder kaartje te reizen, maar dit lijkt me helemaal té gek!’
De broers keken haar verwonderd aan. ‘Reis je dan vaker zonder kaartje?’ vroeg Ludo.
‘Vaker?’ grinnikte Louise. ‘Ik heb nog nóóit een kaartje gekocht! Het is een soort hobby van me. Vorig weekend ben ik midden in de nacht met een paar vrienden in een transportwagon vol auto’s naar Duitsland gereden. Heel spannend hoor, om ’s nachts stiekem over het rangeerterrein te sluipen. Ik heb bijna vier uur onder een Volvo gelegen.’
Ludo wisselde een blik met zijn broer. ‘Dus je houdt van avontuur,’ lachte hij, ‘geef ons dan maar eens een mooie voorstelling!’
De man in de beige regenjas had het gesprek met belangstelling gevolgd en hij vond het vermakelijk zoals zijn buurvrouw die twee broers om haar vinger wond. Hij wierp even een blik in het gangpad en zei: ‘Misschien handig om te weten dat de conducteur in aantocht is?’ Louise gaf hem een knipoogje. Heel voorzichtig haalde ze de capsules uit het zakje en stak ze in haar neusgaten. Het voelde een beetje vreemd, maar volgens Ludo kon je er niets van zien. Louise zette haar handtas tussen haar voeten, zakte een beetje onderuit en sloot haar ogen.
Nog geen minuut later schoof de conducteur de deur open. Bij het zien van de broers glimlachte hij. Terwijl hij de kaartjes controleerde, deed Louise of ze wakker schrok. Ze knipperde met haar ogen en keek wat verstoord naar hem. Met een: ‘Oh sorry, even mijn OV-jaarkaart zoeken’, boog ze zich voorober om haar tas te pakken.
De man in de beige regenjas sloeg al haar bewegingen nauwlettend gade en hij moest toegeven dat ze het knap speelde. Het kreetje dat ze slaakte toen ze zich aan het tafeltje ‘stootte’, haar hand die geschrokken naar haar neus greep, het subtiele kneepje en de ontsteltenis in haar ogen bij het zien van het bloed dat langs haar vingers druppelde. Hij vond het allemaal uiterst geraffineerd, vooral de traantjes in haar ooghoeken. Hoe krégen vrouwen dat toch altijd zo snel voor elkaar! Hij haalde een pakje zakdoekjes uit zijn jaszak en gaf het haar. ‘Om het bloed te stelpen’, zei hij met een sarcastisch lachje.
Louise maakte een prop van de zakdoekjes en drukte deze met een dramatisch gebaar tegen haar neus.
De voorstelling had succes! De conducteur was één en al bezorgdheid, over een kaartje werd niet gesproken. ‘Houdt uw hoofd maar achterover’, raadde hij haar aan.
Zodra de conducteur de coupé had verlaten, zei Ludo: ‘Dat was fantastisch! Wil je morgen op de beurs ook zo’n geweldige presentatie geven? We zullen je er goed voor betalen en na afloop gaan we dan met zijn viertjes gezellig uit eten. Wat vind je daarvan?’
Louise, die bezig was het rode goedje van haar handen en gezicht te vegen, riep enthousiast: ‘Dat lijkt me énig!’ Ze drukte de capsules uit haar neus en gooide ze in het afvalbakje, maar de bebloede zakdoekjes bewaarde ze voor het geval de conducteur nog terug zou komen.
‘Zullen we dan morgenochtend om tien uur afspreken in de Beatrixhal van het jaarbeursgebouw in Utrecht?’ stelde Ludo voor.
‘Dat is prima, ik zal er zijn!’ en met een lachje voegde Louise eraan toe: ‘We zijn bijna in Amersfoort en het lijkt me wel zo verstandig om daar uit te stappen, de conducteur zal er vast niet nóg een keer intrappen!’ Ze stond op en gaf de beide broers een speels tikje op hun knie.
Ook de man in de beige regenjas was opgestaan. ‘Loopt u maar even met mij mee, jongedame,’ zei hij met een grijns, ‘dan kunnen we samen een babbeltje maken.’ Louise keek hem niet begrijpend aan, maar toen de man haar zijn pasje toonde, werden haar ogen groot van schrik. ‘Spoorwegrecherche?’
‘Tja, helaas! Zwartrijders zijn wel niet mijn doelgroep,’ de grijns van de rechercheur werd breder, ‘maar als het zo vlak onder mijn neus gebeurt, zal ik er tóch werk van moeten maken!’ Louise keek hem smekend aan. ‘Kunt u het niet één keertje door de vingers zien? Ik heb echt geen geld om een boete te betalen.’ Helaas waren haar smeekbeden tevergeefs, ze wist het wel en met een diepe zucht draaide ze zich om naar de broers, die haar met meewarige blikken opnamen. Hannes en Ludo keken elkaar aan. Toen stak Hannes zijn hand in de binnenzak van zijn paarse jasje en even later drukte hij twee opgevouwen briefjes van twintig euro in de hand van Louise.
‘Oh, wat ontzettend lief van jullie!’ zei Louise dankbaar en ze wierp de man in de beige jas een triomfantelijke blik toe. ‘Tot morgen!’ Ze zwaaide en liep de coupé uit, op de voet gevolgd door de rechercheur.
Ze stapten de trein uit en terwijl ze over het perron naar de trap liepen, keek Louise nog één keer om naar het raam, waar de broers haar glimlachend nakeken.
Beneden gekomen sloeg de man in de beige regenjas zijn armen om Louise heen. ‘Je hebt het weer gefikst, meisje. Wat kun jij toch geweldig acteren!’
‘Vlak jezelf niet uit, Eddy. Je bleef ook heel goed in je rol’, lachte Louise en ze gaf hem een zoen.
‘Gaan we het zoals gewoonlijk weer gezellig op een terrasje vieren?’ vroeg Eddy.
‘Natúúrlijk!’ Louise stak haar arm door de zijne en samen wandelden ze naar restaurant Remise op het stationsplein.

Het tafeltje stond vol lekkere hapjes en Louise hief haar glas. Tegen de ober zei ze: ‘Laat de rest maar zitten!’ Met een bedankje pakte de ober de twee briefjes van twintig van het schoteltje.
Louise en Eddy tikten vrolijk hun wijnglazen tegen elkaar. ‘Op het goede leven’, zei Eddy.
‘En op het bedrog!’ lachte Louise.
‘Het spijt me mevrouw, maar dit geld is niet echt’, klonk de stem van de ober. Louise, die net een slok van haar wijn wilde nemen, liet haar hand met het glas in de lucht zweven en keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. De ober liet haar één van de briefjes zien. De voorkant zag er heel normaal uit, maar toen Louise de achterkant bekeek, zette ze haar glas met een klap terug op het tafeltje. In sierlijke krullettertjes stond er: ‘De gebroeders Foppen, voor al uw feestartikelen!’

Els Bomhof, mei 2011.